10.19.2016

Parijs, oktober 2016: Denken met het zere lijf, aldus Ger Groot in Trouw

Ger Groot schreef een mooie column in Trouw over de studiereis die ik met Stichting Thomas More mocht organiseren:

COLUMN Met een klein dozijn filosofen banjeren door Parijs: er zijn onaangenamer tijdsbestedingen denkbaar.
Het denken zit niet, maar banjert en krijgt zere voeten. Op de Parijse boulevards merk je dat
Afgelopen weekend mocht ik er op uitnodiging van de Thomas More Stichting aan meedoen. Niet alleen om professionals in de wijsbegeerte dichter bij elkaar te brengen. Maar ook om te zien of het denken een hogere vlucht neemt wanneer het zich afspeelt op de plek waar de ideeën ooit ontstonden.

Dat lijkt een rare veronderstelling. Waarom zou je op de stoep voor het geboortehuis van Henri Bergson getroffen worden door bijzondere inzichten? Welke inspiratie biedt het betreden van de kantoren waar de internationale vereniging voor Lacaniaanse psychoanalyse huishoudt? De filosofie waait waar ze wil, gedachten zijn vrij. De plek wáár ze gedacht worden zou er niet toe moeten doen.

In werkelijkheid staan de zaken er troebeler voor. Wie meent dat de rede zich ontplooit los van lichaam, plaats en tijd, leeft op een vreemde manier nog in een tijdperk waarin de ziel voor een aparte, lijfloze werkelijkheid doorging. Een overtuiging die we lang achter ons gelaten menen te hebben.

In werkelijkheid leven we middenin diezelfde tijd, met nog altijd diezelfde misvattingen. In de ziel geloven we niet meer, maar in de 'zuivere rationaliteit' des te meer. In een rede die overal, altijd en onder alle omstandigheden precies hetzelfde zegt, als een soort universele wiskunde: 2 + 2 = 4.
Historische sensatie

Hier heeft Louis Aragon ooit werkelijk gelopen, voordat hij de stad van zijn tijd beschreef
Maar na uren voortsjokken door Parijs dénkt ze anders dan hoentjesfris bij het ontbijt en de eerste matineuze voordracht van de dag. De filosofische betekenis van de 19de-eeuwse Parijse passages blijkt nét iets anders wanneer de denker zich daadwerkelijk in zo'n passage bevindt. Hij ziet hoe smal die is, hoe dicht de café's en winkels erin op elkaar zitten, en hoe de ruimte zich aan het eind ervan plotseling opent naar één van Hausmanns boulevards.

Op een gelukkig moment overvalt hem misschien wat Huizinga ooit een 'historische sensatie' heeft genoemd. Híer heeft Louis Aragon ooit werkelijk gelopen, voordat hij de stad van zijn tijd beschreef in zijn roman 'De boer van Parijs'. En dít herkende Walter Benjamin toen hij een decennium later zelf door die passages liep en werkte aan zijn grote project over Parijs als 'hoofdstad van de 19de eeuw'.

Wie betrapt in zich die heimelijke stem van lijf, plaats, geur en ruimte die geen verschil maakt voor de logica, maar wel voor de denksfeer waarín zij zich ontplooit? Wij redeneren van de ene naar de andere gestemdheid, van deze plek naar gene, niet verschillend. Maar het onderwerp van ons denken krijgt wel een andere kleur en smaak.
Kleine discussies

In de Parijse restaurants bleek het te rumoerig voor de korte voordrachten die waren voorzien. Dus zocht de filosofie er haar heil in kleine discussies van twee of drie koppen bij elkaar, moeizaam boven de herrie uit. Niet minder wijsgerig dan in de collegezaal van een beroemd instituut, nog maar een paar uur eerder. Maar zich pas nu scherp bewust van haar eigen incarnatie - want de honger wil ook wat.

Denken doen we nooit alleen met onze geest, hoe kloosterlijk het er ook nog altijd aan mag toegaan in de universiteit, de kathedraal van het moderne spiritualisme. Ook daarin was Parijs een voortrekster, toen zij, ruim twee eeuwen geleden, van de Rede een religie maakte. En vergat dat de ratio altijd al geïncarneerd en het woord vleesgeworden is. Het denken zit niet, maar banjert en krijgt zere voeten. Op de Parijse boulevards merk je dat.

Ger Groot, Trouw, 18 oktober 2016

 
(Foto Wilco Versteeg)


Van links naar rechts: Ernst van den Hemel, Aukje van Rooden, Ger Groot, Laurens ten Kate (achter Ger), Joeri Schrijvers, Marc de Kesel, Donald Loose, Michel Bronzwaer, Rico Sneller en ik, voor de Passage des Panoramas.
(Foto Wilco Versteeg)

Ik in de Passage des Panoramas, waar ik de filosofen, in de geest van Louis Aragon en André Breton een Cadavre Exquis liet schijven, een dadaistisch gedicht

(Foto Wilco Versteeg)

Voor de plek waar ooit de Passage de l'Opéra was, jammerlijk afgebroken in 1926, onder protest van de dadaisten


Van L naar R: Ernst van den Hemel, Marc de Kesel, Donald Loose, Ger Groot, Wilco Versteeg, Joeri Schrijvers, Sjoerd van Tuinen


Louis Aragon ten tijde van Le Paysan de Paris (De boer van Parijs)