9.07.2014

De spiegel - over reflectie in het onderwijs



Wat is reflectie? Reflectie is een eigenschap van spiegels. En het betreft hier een heel bijzondere eigenschap: in plaats van dat ze zichzelf tonen, reflecteren spiegels onszelf en de dingen om ons heen. Hoe nuchter deze constatering op het eerste gezicht ook lijkt, voor mensen kunnen spiegels verstrekkende gevolgen hebben. Zo treffen we op de eerste pagina’s van de roman Iemand, niemand, honderdduizend van Luigi Pirandello (1867- 1936) een man voor de spiegel aan, die voor het eerst van zijn leven zijn eigen neus bestudeert. Nooit heeft hij geweten dat zijn neus een klein beetje scheef staat en deze ontdekking, waarvan de waarheid bovendien door zijn vrouw bevestigd wordt, stort de hoofdpersoon in een identiteitscrisis die zich in de rest van de roman ontvouwt. Door de reflectie in de spiegel komt de man erachter dat hij niet is wie hij dacht dat hij was. Hij leert dat de werkelijkheid over hemzelf anders in elkaar zit dan hij stilzwijgend veronderstelde.  De spiegel doorbreekt zijn veronderstellingen en speelt een cruciale rol: hij reflecteert het beeld de man, die zonder deze letterlijke reflectie geen reden had gezien om over zijn zelfbeeld te reflecteren. De constatering van een scheve neus is daarbij voldoende om het gehele vermeende bouwwerk van de menselijke identiteit aan het wankelen te brengen. 
De spiegel is dus nauw verbonden met het wonderlijke fenomeen van de menselijke reflectie. Wonderlijk, omdat we redelijkerwijs mogen aannemen dat stoelen en bomen, auto’s en potloden zichzelf niet in spiegels zien, laat staan over hun eigen bestaan reflecteren. En het gedrag van de meeste dieren die in de spiegel kijken, verraadt dat zij niet zichzelf, maar een ander dier in de spiegel zien. Mensen verschillen in dat opzicht van dingen en dieren: zij identificeren zichzelf met het beeld dat ze in de spiegel zien. Deze schijnbaar eenvoudige visuele constatering is een aanzet tot reflectie in de mentale betekenis van het woord. Zonder deze identificatie met een beeld buiten zichzelf, is reflectie onmogelijk. Want reflectie veronderstelt spiegeling en identificatie.
Dat is ook de these van filosoof en psychoanalyticus Jacques Lacan (1901-1981), die beschrijft hoe de baby in de overgang naar peuter een moment ervaart waarin hij zichzelf voor het eerst in de spiegel herkent. Het kind beseft op een bepaald moment dat de ander, daar in de spiegel, hijzelf is. Het identificeert zich met het beeld in de spiegel. De gevolgen van wat Lacan ‘het spiegelstadium’ noemde zijn, net zoals het geval is in de vertelling van Pirandello, enorm. Het impliceert namelijk dat het kind niet eerst zichzelf is om vervolgens iets te leren over de ander en de wereld, maar dat hij zichzelf pas door bemiddeling van het andere — het spiegelbeeld — leert herkennen. Vanaf dat moment, aldus Lacan, is het kind niet langer een organische eenheid met zijn moeder — niet langer wordt hij bestierd door irreflectieve instincten of driften die hem zonder bemiddeling van taal of argumentatie leiden naar de moederborst — maar is hij van haar gescheiden, en wat nog belangrijker is: gescheiden van zichzelf. De spiegel is hier voorwaarde, niet slechts om zichzelf te zien, maar om een beeld te verwerven over zichzelf. Het zelf kan als zelf niet naar zichzelf kijken. Eerst moet het zichzelf buiten zichzelf plaatsen, om zich met dat beeld te kunnen identificeren. Het fenomeen van de spiegelreflectie kan hier eenvoudig worden vervangen door andere, niet visuele vormen van reflectie. Waar het om gaat, is dat de mens pas dankzij bemiddeling van het andere, van het beeld buiten zichzelf, een reflecterend wezen wordt. En ís de mens eenmaal een reflecterend wezen, dan is er geen weg meer terug. De mens kan dan slechts nog verlangen naar een authenticiteit waarin hij geheel en al met zichzelf samen valt, maar precies omdat hij dit verlangt en dus projecteert, is hij daarmee al buiten zichzelf. 
Door de bemiddeling van de reflectie leren we de ander en de wereld kennen en de plaats die wij daar in innemen. Reflectie, met andere woorden, is niet iets dat je in een speciaal daarvoor gereserveerd uurtje doet, of dat tot stand komt door kennisoverdracht. Reflectie vereist een permanente herziening van onszelf en de wereld. Het kent geen vastomlijnd beginpunt en het is nooit van tevoren bekend waar het op uitloopt. Het staat niet op voorhand vast dat reflectie de mens verder brengt of verbetert. Soms leidt reflectie tot meesterwerken, soms doet het ons in de goot belanden. Maar de mens heeft eenvoudigweg geen andere keus dan te reflecteren. In en door deze reflectie wordt de mens wie hij is, en neemt hij zichzelf serieus, net zoals Pirandello’s man voor de spiegel. En al klonk het wat streng; Socrates sloeg de spijker op zijn kop toen hij zei dat een niet gereflecteerd mensenleven het niet waard is om geleefd te worden. Omdat mensen reflecterende wezens zijn, kunnen ze zich zichzelf ontwikkelen en nemen ze hun bestaan serieus wanneer ze dat ook doen. 
Voorwoord 'De spiegel' in: Reflectie in het daltononderwijs. Geschiedenis, praktijk en onderzoek. René Berends & Patrick Sins (red.) Saxion Dalton University Press. 2014 p. 6-9.