2.12.2014

Reisliteratuur in een transparante wereld

Het lijkt paradoxaal dat, nu de wereld steeds verder globaliseert en alsmaar transparanter wordt, de belangstelling voor reisliteratuur groot is. Want je zou verwachten dat klassieke rollen van reisliteratuur, zoals verslag te doen van bezoeken aan verre, vreemde streken, en het vertellen van de avonturen in den vreemde aan de thuisblijver, verdwijnen in een wereld die steeds meer ontsloten, transparant wordt. In toenemende mate verliest de wereld haar geheimen, steeds minder komt het voor dat een nieuwe stam, nog afgesneden van de moderne wereld, ontdekt wordt. De plekken die ooit slechts aan een enkele ontdekkingsreiziger voorbehouden waren, zijn nu toegankelijk voor elke toerist, die vooraf thuis vanachter zijn laptop het comfort van zijn verblijf aldaar weet te garanderen. In zo’n wereld is reisliteratuur slechts een residu uit vervlogen tijden waarin wereldbewoners doorgaans op hun plaats bleven en waarin reizigers uitzonderlijk waren. Nu is het andersom: mensen die nooit of zelden reizen zijn uitzonderlijk en het merendeel van de moderne westerse mensen trekt met het grootste gemak de wereld over. Vroeger onthulde reisliteratuur de nog onontgonnen streken van de wereld, nu heeft het deze bemiddelende functie verloren.

Dat reisliteratuur onverminderd populair en van grote waarde blijft, kan dus niet verklaard worden uit de nieuwsgierigheid van de lezer die deelgenoot wil zijn van het verslag dat de reiziger heeft opgetekend. De functie van reisliteratuur als ontsluiting van het vreemde heeft plaatsgemaakt voor nostalgie. In een onttoverde wereld is reisliteratuur overwegend nostalgisch: het schetst een wereld waarin wel degelijk nog wat te ontdekken valt in het tragische besef dát er weinig nieuws meer te ontdekken valt. Want sinds de opkomst van de moderniteit hebben we vrijheid en de transparantie van de wereld bevochten. We zijn de wereld gaan beschouwen als een planeet om te bereizen, niet om ons er slechts op te vestigen. Soms reisden we uit nieuwsgierigheid, soms uit hebzucht, meestal in combinatie van die twee. De wereld zou haar geheimen prijsgeven en de wens van de moderne mens werd steeds meer overal ter wereld ‘een kijkje in de keuken’ te mogen nemen. En hij wist wat hem te doen stond, deze zelfbewuste, moderne mens: hij zou de wereld reorganiseren en herdefiniëren naar zijn termen. Maar geschrokken van zijn eigen geweld van zijn kolonialisme, zocht hij in de tweede helft van twintigste eeuw naar nieuwe manieren om het project van de ontsluiting van de hele wereld, van alle andere culturen, voort te zetten. Voortaan zou het internationale toerisme de rol van wereldontsluiting vervullen. De moderne mens heeft bereikt wat hij wilde: vrijheid, transparantie, toegang tot alles en iedereen. Byung-Chul Han heeft in De transparante samenleving mooi beschreven hoe deze transparantie, dit alles-mogen-zien (die hij niet ten onrechte in verband brengt met porno) het verlangen de das om heeft gedaan. De toerist is niet op weg, maar is altijd in het hier-en-nu, schrijft hij treffend. Want op weg zijn veronderstelt dat je ergens heen gaat waar het wezenlijk anders is, waar de wereld nog niet ontsloten is, waar de wereld nog niet transparant is. Maar de exploitatie van de wereld met haar ‘vreemde’ culturen en ‘authentieke’ plekjes heeft het reizen — het vertrekken van huis om ergens anders aan te komen in de mentale betekenis van het woord — overbodig gemaakt.

De grote reisschrijvers uit het verleden, van Lamartine tot Goethe, van Nerval tot Naipaul en Chatwin, hebben elk op hun manier steeds gezegd dat de mens in wezen een nomade is en geen boom die zich wortelt. Zij leerden wat het betekent om het andere te ontmoeten, wat het betekent om zich in vreemde landen te begeven. Daarin ligt de immense waarde van hun literatuur. In een volledig transparante wereld is het reizen zo vanzelfsprekend geworden dat de emotionele waarde ervan verdwijnt. Het andere waartoe de reisschrijvers zich wisten te verhouden is vandaag — precies door de transparantie —ontdaan van de andersheid. In een transparante wereld verdwijnt niet alleen de betekenis van reizen zelf; de transparantie dooft het verlangen uit.

Reisliteratuur zou ons daarvoor kunnen behoeden. In een transparante wereld wordt niets meer onthuld, maar is alles voorhanden, in het hier en nu. Paul Gauguin vestigde zich aan de vooravond van de twintigste eeuw op Tahiti, omdat Tahiti anders was dan zijn eigen cultuur. En omdat het anders was kon het beter zijn dan Europa. Vandaag zou zo’n overstap weinig zin hebben, omdat hij op Tahiti hetzelfde touristresort zou aantreffen dan in Thailand of India. Dezelfde hotels, dezelfde Hospitality: de wereld is zich gaan vormen naar het verlangen van de westerling, en precies daarom heeft dit verlangen geen betekenis meer; omdat het is ingelost, omdat we hebben bereikt wat we wilde hebben. De Europeaan heeft, zoals Zygmunt Bauman het scherp verwoordt, de rest van de wereld gastvrij gemaakt voor de Europeaan. De wereld is transparant geworden, een plaats waar men vrij is te gaan en staan waar men wil: dát was het project van de moderniteit. En deze moderniteit heeft geleid tot een geïmplodeerde wereld: een wereld waarin afstanden en verschillen tot een minimum zijn teruggebracht, en dan blijft er weinig voor het verlangen over dat overbrugd kan worden. En het was de reisschrijver die van oudsher de rol van de bemiddelaar op zich nam; bemiddelaar tussen het zelfde en het vreemde, iemand die afstanden overbrugde.

Maar waar de oude wereld reisschrijvers nodig had, waar reisschrijvers ons verleidden en betoverden, daar lijkt het of ze in de transparante wereld overbodig zijn geworden. Hun teksten belichamen slechts nog een nostalgie, een nieuw ‘secundair’ verlangen, ditmaal niet naar andere plaatsen, maar naar andere tijden, tijden waarin reizen nog tot ontdekkingen leidde. En natuurlijk doet de moderne toerist ook ontdekkingen, maar het zijn volledig geprivatiseerde ontdekkingen: ze hebben geen enkele andere betekenis dan de onthulling  van de wereld aan een individu, die ontdekt wat vele anderen al voor hem ontdekten — en wat het individu wilde ontdekken omdat velen hem voorgingen. Zijn ontdekking is niet van betekenis voor een gemeenschap of cultuur. Hij doet geen verslag aan het thuisfront maar aan zichzelf. Alleen op dit microniveau heeft het zin te beweren dat ‘reizen weldegelijk nog betekenis heeft’. De tijd dat ‘one step for a man’ op een nog onontgonnen terrein van betekenis was ‘for mankind’ ligt achter ons. ‘One step for a man’ is van betekenis voor diezelfde man. That’s it. En dat eindeloos repeterend, in elk individu, bij elke toerist. Toerisme is een eindeloze herhaling van hetzelfde: private ontdekkingen met een extreem korte spanningsboog. Kleine eilandjes van gecommodificeerd verlangen naar een groots, ouderwets verlangen om de wereld te ontdekken.

Reisliteratuur van nu weerspiegelt deze kleine tragedie, maar niet zozeer omdat het deze transparantie hardnekkig ontkent. De reisschrijvers van nu treden in begane paden, niet omdat ze niet origineel zijn, maar omdat ze weten dat er niets anders op zit. Het enige wat ons rest is de begane paden nog eens af te lopen; de routes van Steinbeck, Darwin of Jacob van Lennep nog eens over te doen. Ze onthullen geen nieuwe werelden meer, maar onthullen ons nostalgisch verlangen. Niet het verlangen om te reizen, maar een verlangen naar een verlangen om te reizen zoals ontdekkingsreizigers en avonturiers reisden. Reisliteratuur is de troost voor de toerist, die zichzelf aantreft in een geglobaliseerde, transparante wereld.

Maar het is mogelijk dat deze transparantie van de wereld een schijntransparantie is; dat de ander in de andere cultuur wel degelijk bestaat maar dat zijn andersheid door het toerisme wordt gladgestreken of in plooien wordt geschikt (de ander die de rol van de ‘local’ speelt). En als dit waar is, dan ligt daar een grote taak voor reisliteratuur, namelijk ons ontvankelijk te maken voor het andere als andere, en voorbij de vermeende transparantie te geraken. En zoals we weten was ook dit een ‘klassieke’ rol van reisliteratuur. In Onder vreemden zoek ik, na Het ware leven is elders, naar de rol van reisliteratuur in een vertoeristiseerde wereld. Een herovering van het reizen.

Ruud Welten 13/2/2014

Deze blog is ook te lezen op Filoblog


Verwijzingen
Ruud Welten, Onder vreemden. De ander in de reisliteratuur
Ruud Welten, Het ware leven is elders. Filosofie van het toerisme
Byung-Chul Han, De transparante samenleving (Amsterdam: Van Gennep 2012).
Zygmunt Bauman, ‘Making the Planet Hospitable to Europe’, in: Does Ethics have a Chance in a World of Consumers? Cambridge/Massachusetts/London: Harvard University Press 2009.