1.11.2013

Recente onderzoeksbeschrijving

Mijn onderzoek richt zich op post-marxistische, fenomenologische, hermeneutische en literatuur-wetenschappelijke interpretaties van het hedendaagse consumentisme. Onder consumentisme, waaraan ik ook een vak besteed in het master-onderwijs (UvT, Filosofie), versta ik de niet-rationele, veelal onbewuste en collectieve gedraging van de moderne samenleving. In de 'vloeibare samenleving' (Bauman) kan consumptie kan niet langer worden begrepen als de economische tegenpool van productie, maar volgt haar eigen wetmatigheden (van Veblen tot Baudrillard), ook al blijven deze vaak nog begrepen in een taal die teruggaat naar traditionele maar inadequaat geworden categorieën zoals 'behoeftebevrediging' of 'autonome keuze'. De taal waarin de consument over zichzelf nadenkt, waarin hij spreekt, en waarin hij door marketing en advertenties wordt aangesproken, veronderstelt een transparantie die door traditionele managementwetenschappen geschraagd wordt (zoals tevredenheidsonderzoeken onder consumenten). Deze taal lijkt de Weberiaanse rationalisering en het streven naar efficiëntie te vertegenwoordigen, maar het is maar de vraag in hoeverre de vermeende transparantie de werkelijke mechanismen achter het consumentisme kunnen verklaren of blootleggen.
Met het werk van Walter Benjamin (met name het Passagen-werk) is fenomenologisch te beschrijven hoe de transparant geachte werkelijkheid van de consumentenmaatschappij een verdingelijking is van onbewuste of utopische voorstellingen van vrijheid. De Marxistische these van de religiositeit (niet-rationaliteit) van het warenfetisjisme is hier van belang. De commodificatie (Marx, Lukács, Honneth) die voorheen was voorbehouden aan dingen en later ook aan menselijke relaties, heeft vandaag geleid tot een radicale globalisering van het consumentisme, waarin de wereld zelf een handelsobject wordt en waarin traditionele dichotomieën (arm/rijk, productie/consumptie, arbeider/kapitaalbezitter) zichzelf achterhalen of waarvan de grenzen vloeibaar zijn geworden.
Momenteel werk ik aan een studie over toerisme, waarin deze commodificatie wordt beschreven in relatie tot mobiliteit en Entzauberung (Weber) als volledige transparantie (voor de toerist ligt de hele wereld open) en projectie (in de zin van Edward Saïd's Orientalism). Het moderne toerisme veronderstelt een volledige onttovering van afstand. Het andere wordt erin zelf gecommodificeerd. Maar eerder dan in termen van rationele efficiëntie van het menselijk handelen, legt het moderne toerisme de imaginaire en utopische commodificatie bloot, die eigen is aan het consumentisme.
Consumentisme kent sterke ethische implicaties, die o.a. in het werk van Zygmunt Bauman, in de lijn van het denken van Emmanuel Levinas (aan wiens werk ik mijn promotie wijdde) worden uitgewerkt. De verregaande commodificatie en vertoeristisering van het wereldbeeld, die mogelijk is geworden door de commodificatie van de wereld (en haar culturen) zelf, creeërt onbewust nieuwe tegenstellingen in de sociale werkelijkheid (zoals tussen toeristen en vluchtelingen). De ethische vragen die het consumentisme oproept, worden vaak echter op hetzelfde niveau van vermeende transparante, het rationele, Weberiaanse niveau ('de bewuste consument', 'ik kies bewust') benaderd (zoals CSR-strategieën of Sustainability Reporting).
De commodificatie in de vloeibare samenleving vraagt om een eigensoortige fenomenologie, die ik in de lijn van het Passagenwerk van Walter Benjamin nader wil onderzoeken.
vrijdag 11 januari 2013