8.20.2008

20 augustus in Trouw

Dat GroenLinks afstand neemt van illegale acties in de jaren ’80, is hypocriet, vindt filosoof Ruud Welten:
„Voor de linkse beweging is geweld als strijdmiddel voor rechtvaardigheid altijd wezenlijk geweest.”

Zeventig procent van de Nederlanders vindt het terecht dat Wijnand Duyvendak zijn Kamerlidmaatschap heeft opgezegd. Ook de helft van de GroenLinks-stemmers deelt die mening. En fractievoorzitter Femke Halsema liet zich hard uit over buitenparlementaire acties: „Acties die de democratie ondermijnen, zullen nooit door GroenLinks worden gesteund of geaccepteerd. Mensen die het daarmee oneens zijn, horen bij een partij die een ander standpunt heeft.” Ze was het ’ten principale oneens met inbraken’.

’Hypocriet’, noemt de filosoof Ruud Welten de reacties op de acties van Duyvendak. Welten, universitair docent aan de faculteit geesteswetenschappen in Tilburg en aan Academia Vitae te Deventer, publiceerde in 2006 het boek ’Zinvol geweld’, waarin hij de visies van Maurice Merleau-Ponty, Albert Camus en Jean-Paul Sartre uiteenzette, die ons zouden moeten helpen terreur en terrorisme in onze tijd beter te begrijpen.

Welten: „Het is altijd wezenlijk aan de linkse beweging geweest dat ze geweld erkent als een middel in de strijd voor rechtvaardigheid. En dat ging niet om een paar vrijblijvende meningen.”

„De ultralinkse filosoof Sartre bijvoorbeeld verdedigde de terreur die werd gebruikt om Algerije van Frankrijk los te rukken. Later stond hij achter terroristische daden die in de jaren zeventig vanuit ultralinkse hoek werden gepleegd. Geweld speelde een duidelijke rol. De Algerijnen ageerden tegen de gewelddadige onderdrukking door Frankrijk en de Palestijnen hadden slechts terrorisme als wapen tegen wereldmachten die geen politiek met ze wilden voeren.”

„Actievoerders als Duyvendak”, vervolgt Welten, „mochten dan misschien naïef zijn in hun overtuiging, maar ze stonden voor rechtvaardigheid en voor een betere wereld. Ze waren bereid hun handen uit de mouwen te steken met alle risico’s van dien. Iedereen met een links hart keek daar toen tegenop. Voor Sartre zou Duyvendak een held zijn, een veteraan.”

Toch veroordeelt Halsema buitenparlementaire acties nu hard.

„Ja. Links weet zich kennelijk nog steeds niet tot haar verleden te verhouden.”

In zijn boek laat Welten zelfs zien dat de gehele linkse beweging uit harde acties is geboren. Zo schrijft hij: „Het verschil tussen ’links’ en ’rechts’ is ontstaan aan de vooravond van de Franse revolutie, toen de koningsgezinde regenten tijdens vergaderingen met de koning van oudsher rechts van hun vorst zaten. Om de stemmen die tegen de monarchie klonken letterlijk en figuurlijk een plaats te geven, werd daarvoor een ruimte aan de linkerzijde van de koning gereserveerd. De linkerzijde kon daar haar protest legaal kenbaar maken. Wat aanvankelijk bedoeld was als de incorporatie van de tegenstemmen, leidde tot de val van de monarchie. Links maakte zich met geweld los van de oude wereld, om een nieuwe te creëren.”

Het doel heiligt soms de middelen?

Welten: „Bij Duyvendak zou je als eerste de vraag moeten stellen: welk doel diende de inbraak bij het ministerie van economische zaken? Heeft het de oppositie destijds verder gebracht? Je zou kunnen zeggen van wel: alle media publiceerden destijds probleemloos de informatie die de actie had opgeleverd.”

„Mij valt vooral op hoe massaal de afkeuring nu is van deze actie. Wij zijn kennelijk niet meer in staat te begrijpen dat dergelijke acties bij een manier van politiek hoorden die eigen was aan links.”

„Of je nu kijkt naar de Franse Revolutie of naar ’Mei ’68’, geweld was altijd een mogelijkheid om tegen misstanden te protesteren. Denk aan Daniel Marc Cohn-Bendit, tegenwoordig fractievoorzitter van de Groenen in het Europees Parlement, maar destijds was hij als studentenleider de belangrijkste organisator van de Parijse studentenopstand van 1968. Hij is groot geworden als actievoerder, zat met Sartre en Andreas Baader aan één tafel. Moet hij zijn positie nu ook opgeven?”

U vindt van niet?

„Nee. De enorme protesten tegen kernwapens, wij kunnen ze ons nu niet meer voorstellen. Maar het zou kortzichtig zijn, en getuigen van gebrek aan historisch besef, om ze achteraf te veroordelen. Het is net zo onzinnig dergelijke subversieve, ontwrichtende acties te veroordelen. Zo communiceerden actievoerders destijds met de publieke en politieke opinie. Actie voeren is retorica.’’

Wel een hardhandige vorm van retorica.

„Subversie of rebellie is nooit zonder gevaar, maar rebellie heeft wel positieve kanten. Het is goed voor een maatschappij als er subversieve energie kolkt, als de politiek verantwoording moet afleggen voor de macht die ze claimt. De politiek kon niet om de actievoerders heen, in ’68 niet, bij de krakersrellen begin jaren tachtig niet en bij de inbraak in het ministerie van economische zaken ook niet. Dat wij een naïeve, goed te verdedigen jeugdzonde zo sterk veroordelen, is een vorm van zelfverloochening en zegt meer over onze conservatieve tijdgeest dan over Wijnand Duyvendak.”

(Peter Henk Steenhuis)


Ruud Welten: Zinvol geweld. Sartre, Camus en Merleau-Ponty over terreur en terrorisme. Uitgeverij Klement, Kampen, 2006, ISBN 9077070923. Het boek verschijnt binnenkort ook in Frankrijk.